dinsdag 15 maart 2011

En toen werd Bennie 5. (uit een oude blog van Hyves)

Morgen, de achtentwintigste april, wordt onze harige woef vijf!!
Vijf jaar geleden, op een zomerse dag in juni, zat ik wat te neuzen op het internet. Bij 'Marktplaats' onder het kopje dieren kwam ik plots een aandoenlijke foto tegen.
Vijf jonge hondjes keken uitdagend de camera in. De eerste had zo'n lief snuitje dat ik ter plekke verliefd werd.
Toen Albert later die avond, nou ja: het was al begin van de nacht, thuiskwam, liet ik hem enthousiast de foto zien met het hondje dat mijn hart gestolen had.
'Het zijn wel Jack Russells,' zei mijn wederhelft twijfelend. 'Dat zijn nu niet bepaalde hele rustige hondjes.'
Maar ik was verkocht en wilde niets nadeligs over dit hondje horen.
Ik had Albert diezelfde nacht nog omgelult om tóch even naar de eigenaresse van dit hondje te bellen.
Alsof het feit dat het hier om een Jack Russell ging nog niet erg genoeg was, het hondje bleek ook nog eens in België te wonen. Ik zag Albert z'n wenkbrauwen al fronsen.
Toch werd er gebeld.
Het hondje bleek van de familie Westerduin te zijn. Nederlanders die net over de grens in een piepklein plaatsje dat Weelde (hoe bedenk je zoiets?) heet woonden.
Vader, moeder, dochter en een zoon van zeventien die bij één of andere voetbalclub uit Waalwijk speelde. Blijkbaar kon het joch goed voetballen want dat was waar zijn moeder het alleen maar over had. Dát en natuurlijk de hondjes.
Het eerste hondje op de foto, dus het hondje waar ik als een blok voor was gevallen, bleek het hondje te zijn dat nog een goed onderkomen zocht. Dat was een hele opluchting, want stel je toch eens voor dat het om een ander hondje ging. Ik had natuurlijk die ene klik mét dát hondje.
Er waren iets van zes puppy's in het nestje waarvan er vijf ruwharig waren en één kortharig.
Ik hoorde Albert praten met de aardige vrouw en toen de woorden zeggen: 'Goed, dan komen we hem volgende week zaterdag ophalen.'
Hoorde ik dit nu goed???
Jawel ik hoorde het uitstekend. Wij waren plots de nieuwe eigenaren van het lieflijk ogende hondje van de foto.
Toen Albert de hoorn neer legde grijnsde hij en zei hij: 'En ik heb al een leuke naam voor hem bedacht: Bennie.'
Ik twijfelde, want ik vind Bennie nu niet echt een hondenaam. In tegenstelling tot Max of Rex. Maar hoe langer ik over de naam nadacht, hoe leuker ik hem vond worden. En dus werd het Bennie.
Mevrouw Westerduin en ik hielden die week telefonisch contact en ik had haar al uitgelegd dat het hondje Bennie ging heten. Waarop ze mij vertelde dat ze hem inmiddels ook al zo noemde, dan kon hij alvast aan zijn naam wennen.
In de week voordat we hem uit België haalden werden er van alles en nog wat aan produkten gekocht die een goede hondeneigenaar hoort te bezitten. Sowieso een mand, een voerbakje, een bench, speeltjes en natuurlijk ook eten.
De zaterdag dat we hem ophaalden besloten we er een gezellig dagje uit van te maken. Tja, wat moet je anders ook. Menigeen hoorde ons hoofdschuddend aan bij het verhaal dat onze hond uit België gehaald zou worden, maar wij maken overal een klein feestje van.
Dus een koelbox mee met lekkere broodjes. Een thermoskan met koffie. Snoepjes etc etc. Het leek alsof we op schoolreisje waren.
Ons 'schoolreisje' bracht ons naar België. Net over de grens bij het Belgische plaatsje Poppel stonden drie schitterende huizen aan de kant van de weg. Zoals we later van meneer Westerduin hoorden, was één van deze enorme villa's van Ronald Koeman. Leuk om te weten dat hij zo goed boert.
Het huis van de familie Westerduin hadden we snel gevonden aangezien meneer Westerduin ons al stond op te wachten.
Er was verse koffie én gebak. En als we zin hadden mochten we ook gerust bij hen blijven eten, aangezien wij zo'n enorme 'wereldreis' achter de rug hadden. Maar hoe vriendelijk en aardig ook bedoelt, wij wilden gewoon na het kopje koffie en de nodige informatie over ons nieuwe hondje, weer terug naar Drenthe.
Bennie lag bij onze binnenkomst samen met een broer of zus in de bench in de keuken. Verbaasd vroeg ik me af waar de rest van de roedel was. Die waren bij hun mama in een aangrenzend vertrek. Meneer Westerduin had waarschijnlijk instructies van zijn vrouw gekregen om uiterlijk twee (!!) hondjes (inclusief Bennie) in de keuken rond te laten lopen, maar al gauw deed hij de deur open en waggelden er zes van die kleine droppies rond. Van zindelijkheid hadden de beestjes nog niet gehoord en ik vrees dat dát de reden was waarom er maar twee hondje in de keuken mochten zijn. Algauw lagen er her en der gele plasjes op de witte vloer. En banjerden de puppy's één voor één door elkaars lichaamsvocht heen. Temidden van dit hondengeweld liep een grote rode Main Coonkater. Prachtig beest om te zien en enorm in grootte naast de puppy's.
In de tuin stond vaderhond te keffen. Ja hoor, dát was een Jack Russell. Zo één die ik niet zou willen hebben. Kortharig en keffen alsof zijn leven ervan af hing. 
Trots nam vader Westerduin de moederhond de keuken in.
Ik was verbaasd. Wás dát ook een Jack Russell?? Het leek meer op een Boomer. En kon dat werkelijk de moeder van onze Bennie zijn??
Vader Westerduin vertelde dat deze 'Boomerachtige' Jack Russell uit Ierland kwam. Zijn vrouw en hij hadden een voorliefde voor deze soort hond en wilden er graag vaker mee fokken.
Naast het feit dat deze soort hélémáál niet op de kortharige versie leek, zijn ze qua karakter ook veel rustiger. Volgens meneer Westerduin was de verzorging van de vacht niet veel meer dan een keer borstelen, maar hij bekende dat zij de moederhond nóóit borstelden. Nou, dat klinkt toch zo simpel als wat, nietwaar.
We kregen een zakje puppybrokjes mee, een lapje stof waar de geur van de moederhond aan hing en een pak Brinta.
'Brinta?' vroegen wij ons af.
'Ja, Bennie krijgt 's morgens pap. Dat moet natuurlijk wel goed afgekoeld zijn. Later kan hij over op brokjes. Dezelfde die hij 's avonds ook krijgt.'
Oke. We stapten in de auto met onze papetende puppy en togen richting Drenthe.
De hele terugreis was Bennie buitengewoon rustig. Hij lag bij mij op schoot en duwde zijn snuitje onder mijn arm. Veilig en verscholen.
Toen we thuis kwamen lieten we Bennie los zodat hij op eigen houtje zijn nieuwe woonomgeving kon onderzoeken. Daarbij stuitte hij op twee medebewoners die verbaasd opkeken tegen deze lelijke 'kat'.
Onze eigen katten bekeken de nieuwe huisgenoot met argusogen. Jerry nam niet de moeite om hem lijfelijk te begroeten, Kitty deed dit wel door haar neusje tegen dat van Bennie te drukken.
De eerste nacht hadden we de bench in onze slaapkamer gezet, zodat wij bij hem konden zijn. Zijn eerste nacht zonder zijn moeder zou vast een moeilijk moment zijn voor ons hondje. Maar de verhalen die je normaal gesproken hoort (janken, piepen, heimwee naar de moederhond) was voor onze hond niet van toepassing. Bennie was waarschijnlijk zo uitgeteld van alle indrukken én de lange reis dat hij als een blok in de bench in slaap viel. Lekker rustig dus!!
Die nacht dáárna moest hij gewoon, in zijn bench, in de woonkamer slapen. Zoals het hoort.
Maar dat was onze eigenwijze pup niet van plan. Nú zette hij het wél op een janken en piepen.
'Negeren,' gromde ik. 'Hij stopt vanzelf.'
Maar ja, als de hond vier uur lang jankt en piept, wanneer bereik je dan het punt waarop je zegt: oké, en nu is het genoeg...
We konden er zelf niet van slapen, maar we hadden ook rekening te houden met onze bovenburen, die waarschijnlijk net zo knarsetandend in hun bed lagen als wij.
Ik liep de kamer in om Bennie te kalmeren.
Beide katten zaten op de armleuning van de bank met grote ogen naar onze 'huis-sirene' te luisteren.
Ik aaide hem. Fluisterde hem lieve woordjes toe en zei toen streng dat het nu mooi was geweest. 'En nu slapen.'
Maar ik lag nog geen tien tellen in bed of hij begon weer te loeien en dus haalde Albert de bench, met hond en al erin, op.
Dit probleem hield een paar dagen aan.
En dus besloot ik maar aan de dierenarts te vragen hoe we dit probleem aan moesten pakken.
Volgens de man simpel: zet de bench gewoon een aantal weken op de slaapkamer. Na verloop van tijd is hij gewend en dan kun je de bench, mét pup, steeds verder de slaapkamer uit 'werken'.
Nou, dát klonk toch eenvoudig. Dat gingen we proberen!! Met als gevolg dat Bennie nóóit meer onze slaapkamer heeft verlaten.
Hij slaapt nog steeds bij ons, al vijf jaren lang. En ik moet eerlijk zeggen: wij zijn er nu ook zo aan gewend geraakt dat we ook niet meer anders zouden willen.
Hij heeft een plaatsje in onze slaapkamer verworven, maar ook zeker één in onze harten.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen