donderdag 24 mei 2012

Een oudje.... (deel 2)

En de nu volgende blog is dus deel twee. 
Zoals je aan het einde van deel één kon lezen, voelde ik me op dát moment helemaal niet lekker en had ik ook last van koorts en kortademigheid.
De narcose van de operatie was er de oorzaak van dat ik dus, na het plaatsen van mijn nieuwe PAC, gelijk een fikse infectie aan m'n broek had hangen. 



Met een groots gevoel van blijdschap opende ik vanmorgen mijn ogen. "Vandaag mag ik eindelijk weer naar huis," dacht ik bij mezelf.
En deze keer een stuk fitter dan toen ik na de ingreep weer naar huis mocht.
Want ja, het is tóch de operatie van de VAP geweest dat ik ziek ben geworden.
Ik was eigenlijk heel bang dat de VAP zelf de oorzaak zou zijn, maar mijn lichaam heeft gewoon erg veel werk gehad aan de ingreep van tien dagen geleden. Bovendien ben ik tijdens de operatie beademd en dat heeft mijn longen geen goed gedaan.
Tel alles bij elkaar op en daar was weer een fikse ontsteking geboren.
Ik voelde me vorige week dan ook zwaar ziek. Zó ziek had ik mij al lang niet meer gevoeld. Koude rillingen, klappertanden, zweetbuien en natuurlijk enorm benauwd.
Na vier uren op de Centrale Spoed Opvang (CSO) te hebben door gebracht mocht ik dus naar boven. Naar E4. Een leuke vrouwenkamer. 't Ging er gezellig aan toe, al was ik die eerste dagen verre van gezellig....:-]
Na drie dagen mocht mijn buurvrouw naar huis en 's middags werd haar plaats alweer ingenomen door een.....man. Lees; een opa van een jaar of tachtig.
De man was behoorlijk in de war en gromde zo nu en dan dierlijke geluiden, waar ik best zenuwachtig van werd. De man zat vast aan het infuus maar stapte doodleuk uit bed omdat hij plassen moest.
En toen bleek dus dat hij piemelnaakt in bed lag. De ogen van mijn overbuurvrouwen werden zo groot als schoteltjes en ze probeerden al pratend de man terug zijn bed in te krijgen.
De verpleegkundige kwam en gaf de man gehaast een plasfles, maar de man liet prompt zijn urine lopen en dus níet in de fles.
Nadat de opa weer in bed lag, legde de zuster een deken over de man zijn melkwitte billen. Opgelucht dat ik niet meer geconfronteerd werd met de bejaarde naaktheid naast mij, richtte ik mijn aandacht weer op Albert, die het juist erg komisch vond dat de man in zijn nakie door de zaal wou lopen.
's Avonds was de man wederom vergeten dat hij in het ziekenhuis lag en wilde hij wéér zo zijn bed uit. Daarop besloot de verpleging dat de man beter af zou zijn in een éénpersoonskamer. Maar wij, de dames, vonden dat wíj beter af waren. Want ik kan je verzekeren; een tachtigjarige pielemuis is niet fraai om aan te zien. (en dat geld ook voor die kadetten aan de achterkant)
Vrijdag werd ons mee gedeeld dat we allen naar een andere afdeling zouden verhuizen. Eigenlijk was ik daar wel blij om, want op de reguliere longafdeling is álles voorradig en hoeft de verpleging niet eerst met een arts te overleggen of je als patiënt wel 'mag' vernevelen.
Ik kwam op D3 terecht.
Tijdens de verhuizing van E4 naar D3 werd ik even van de infuuspomp gehaald en liep mijn infuus dus even 'op de hand'.
Maar stom genoeg hing de verpleegster de zak met infusievloeistof lager dan mijn bed en niet veel later kwam ik tot de ontdekking dat mijn infuuslijn vol zat met...bloed. Dat er op dat moment al behoorlijk gestold uitzag. De schrik vloog mij om het hart. En ik voelde totale paniek in mij opkomen.
De verpleegkundige bleef rustig en maande mij ook rustig te blijven. Maar hoe kan ik in hemelsnaam rustig blijven als er een grote kans bestaat dat mijn VAP door een stomme fout, verstopt is geraakt. Mijn net geplaatste VAP. Die juist met zoveel moeite is geplaatst. Die mij even totaal lam heeft gelegd. Diezelfde VAP, waar ik juist extra, extra zuinig mee moet zijn. Als je al überhaupt zuinig kúnt zijn als patiënt zijnde. Naast de paniek die zich meester van mij maakte, werd ik ook enorm boos. Boos op mezelf, maar ook op de verpleegkundige die zó slordig met het infuus was omgegaan.
Wat ik al vermoedde gebeurde. Elien, de zuster, kreeg met geen mogelijkheid mijn VAP open. Met een verbeten gezicht probeerde ze druk op de naald te zetten. Met als gevolg dat de spuit van de naald af knalde. Ondertussen drupten bij mij al de eerste tranen over mijn wangen.
Elien ging weg om de dokter te vragen hoe nu verder. Ze mocht een spuit met Heparine proberen. Dat is natuurlijk proberen tegen beter weten in. Want als het bloed al eenmaal gestold is krijg je dat met Heparine ook niet meer open.
Even later kwamen er twee jongemannen binnen. Eéntje was de longarts, van de ander was de naam en functie mij ontschoten. Deze laatste was erg druk en ik werd zenuwachtig van dat geratel van de man.
Máár...., hij wist wat hij deed. Het ging beslist niet van een leien dakje, maar het lukte hem na flink ploeteren en proberen om mijn VAP weer 'open' te krijgen. En ja hoor, dáár kwamen de waterlanders weer. Maar nu van opluchting.
Achteraf hoorde ik dat de drukke man een chirurg was, die mijn nieuwe, net geplaatste VAP heeft gered.
Eind goed, al goed.
Eén ding weet ik wel; dít soort dingen moet je niet te vaak mee maken. Het is zéér slecht voor mijn hart....!!
De eerste hobbel, of laat ik zeggen; obstakel met mijn nieuwe VAP heb ik dus al weer mee gemaakt. Gelukkig doet ie het nu weer hartstikke goed.
Maar vanaf dát moment wist ik dat het weer tijd werd om naar huis te gaan. Naar de plek waar ík verantwoordelijk ben voor mijn VAP en mijn infuus. Waar ik zelf de regie en touwtjes in handen heb.
De zaterdag en zondag waren gelukkig zo om. Mede door het bezoek dat ik ontving. Zelfs vriendinnetje Patries en haar vriend Alain kwamen helemaal vanuit Alkmaar over om mij een bezoekje te brengen. Wat een verrassing.
En voor nu ben ik van plan om de kuur met succes af te maken en om daarna lekker lang thuis te blijven en te genieten van onze woning....

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen